Home    Erfgoed    Op pad met Jan Ulijn    Op de borrel bij de hutner

Op de borrel bij de hutner

De Beerse Maas, eeuwen een begrip in Noord Oost Noord Brabant. Het water, binnengelaten via de overlaten bij Cuijk en Beers, kreeg voorrang en liefst zo snel mogelijk. Daarom mocht in dit gebied niets anders groeien dan gras. Ook was het verboden er een permanent gebouw neer te zetten.
Het gebied (traverselandschap) was dus uitgesproken kaal. Vanaf de 16e eeuw bleef dit beeld nagenoeg onveranderd. De monotonie van dit landschap werd enigszins doorbroken door het geboomte van de her en der aanwezige eendenkooien.
Voor de boeren en de polderwerkers die ’s zomers in het gebied hun werk deden was dit erg vervelend. Bij hevige regenval, of in de brandende zon was er geen schuilgelegenheid.
Maar de mens is vindingrijk. Als permanente gebouwen niet toegestaan zijn,  zijn dat tijdelijke of uitneembare wel. Zo ontstonden tussen Rosmalen en Ravenstein op strategische plaatsen midden in de polder planken hutten. Deze hutten verschenen in het voorjaar als de Beers gepasseerd was en werden gedemonteerd als de kanonschoten vanuit Grave de komst van het water weer hadden aangekondigd. Gedurende die tijd huisde er een waard of waardin, de zogenaamde ‘hutner’, die een borrel of een biertje schonk maar desgevraagd ook voor een eenvoudige doch stevige hap zorgde. Natuurlijk behoorde ook stropers, vissers, jagers, zondagse wandelaars en landlopers tot de klandizie van deze hutexploitanten.
Langs de Hertogswetering  lagen een aantal van deze, op een hoog punt gelegen hutten, die als café/veerhuizen, bij hoog water, de verbinding tussen de maasdorpen en de plaatsen op de hoge zandgronden verzorgden.
In 1942, bij de definitieve sluiting van de Beerse Overlaat werd dit kleurrijke hoofdstuk in de Maaskantse geschiedenis afgesloten.
Enkele van deze hutten zijn nog herkenbaar als plek. Eén van deze is nog origineel.

  • De Wildse Hut

    Tijdens de tweede wereldoorlog leed het gehucht ’t Wild veel oorlogsschade, alleen de ‘Wildse hut’ bleef overeind. Al  generaties lang wonen de huidige bewoners er. De ‘Wildse hut’ was één van de weinige  hutten die ’s winters bleef staan. De uitbaters vertrokken ieder najaar, bij hoog water, naar hun hoger gelegen woonhuis.

    De Beerse kwam tot aan ’t dak dat bijna iedere winter door het water werd verwoest maar in het voorjaar weer gerepareerd werd.
    Café Restaurant De Wildse Hut


  • De Macharense Hut
  • De Oijense Hut

  • De Lithoijense Hut
    Dezer hut werd indertijd net als de Macharense- en Oijense Hut ook door van Orsouws als 'hutners' uitgebaat. Deze hut hoefde als laatste niet afgebroken te worden. Ze brandde in 1941 af.

Bron: Jan Ulijn 2009