Home    Erfgoed    Op pad met Jan Ulijn    Osendroppen

Osendroppen

Op vakantie in Denemarken ontdekten we bij een bezoek aan het pittoreske stadje Tønder (een aanrader) prachtige osendroppen. Thuisgekomen werd het erfgoedplan van de gemeente Oss (2005) er op nageslagen en bladzijde 46 maakt melding dat er in Ravenstein en Megen nog osendroppen aanwezig zijn. Dus op onderzoek uit en het resultaat ziet op de foto’s.

De geschiedenis
De daken van de eerste huizen waren van riet, hadden geen dakgoten en staken over de zijwanden van het huis heen zodat het regenwater naast het huis op de grond viel.
Tussen de huizen lag dus altijd een strook onbebouwde grond, de zogenaamde druipstrook of osendrop.
Het hemelwater liep via deze druipstrokentussen de huizen naar een goot in de straat. Iets bredere druipstroken vormden een smalle gang, steeg of gasje vanaf het achtererf naar de straat. De druipstrook voorkwam dat de houten huizen met hun rieten dak en vakwerkwanden wegrotten door het hemelwater.
Met het verdwijnen van de rieten daken verdwenen ook de druipstroken en gangen tussen de huizen. Ook bij de verstening van de steden verdwenen veel osendroppen doordat in de ruimte tussen twee huizen (die meestal ook de erfgrens vormde) een nieuwe gezamenlijke zijgevelmuur werd opgetrokken, de zogenaamde ‘gemene’ muur, ook vanwege de brandveiligheid.

In de tijd van de osendrop stonden  in de steden huizen aaneengesloten, maar dat wilde nog niet zeggen dat ze aan elkaar grensden. Lang stonden deze huizen vrij en waren ze smal. Dit had te maken met het feit  dat de Hollandse bossen geen lange balken opleverden.
Een andere oorzaak hing samen met het brandgevaar en het ontbreken van dakgoten.
Oorspronkelijk was de breedte van de osendrop afhankelijk van de wijze van dakbedekking. De druipstrook was niet overal even breed.
Zo werden in de vroegste fase van de Hollandse steden tussen houten en lemen huizen osendroppen voorgeschreven van circa één voet (een Rijnlandse voet is 31,39 cm) aan elke kant van de erfafscheiding. Zo ontstond er een netwerk van druipstroken door de hele stad.
Osendroppen zorgden er voor dat er bij brand een behoorlijke ruimte tussen de gebouwen onderling was waardoor het gevaar van vuuroverslag minder groot was.
Een osendrop of druipstrook wordt ook wel druipgang, eusendrop of stillicidium genoemd.
Ze heeft twee functies; water dat van de dakvoet afdruipt afvoeren en ruimte maken voor de pennen van de balken die door de houten stijlen van de wanden heen steken.
In onze regio zijn nog mooie osendroppen te zien.

  • Ravenstein
    Dit vestingstadje heeft nog verschillende osendroppen.
    Na de laatste stadsbrand werd bepaald dat tussen de huizen zulke ‘gasjes’ zo mogelijk moesten worden aangebracht om overslaande brand tegen te gaan.


      

Kolonel Wilsstraat  Ravenstein                     Middelstraat Ravenstein

  • Megen
    In de Kloosterstraat staat nog een osendrop, mooi in takt gebleven en makkelijk te herkennen. Ook in de Dr. Baptiststraat is er nog een te vinden.


      

Kloosterstraat Megen                                    Dr. Baptiststraat Megen

  • Batenburg
    Vlak over de Maas ligt Batenburg, het oudste stadje van de provincie Gelderland. Hier zijn nog verschillende osendroppen te zien. In de Grootestraat staan er verschillende waarvan die op de foto wel de mooiste is.


      


Bron: Jan Ulijn 2009