Home    Erfgoed    Op pad met Jan Ulijn    Stoepen en stuupkes

Stoepen en stuupkes

Stoepen en stuupkes 

Benedendijk OijenAl fietsend of wandelend door de regio komt men een diversiteit aan stoepen en “stuupkes” tegen. Als je ze goed bekijkt blijkt er veel variatie in te zitten en hebben ze een rijke historie.
De foto’s zijn willekeurig genomen in de Torenstraat en Dr. Baptiststraat in Megen, de Benedendijk in Oijen en de Molenstraat in Oss.
Vier verschillende stoepen of stuupkes uit vervlogen tijden maar mooi bewaard gebleven.
Een stoep was in het verleden een geplaveide strook voor ’t huis, iets verhoogd, al of niet voorzien van enkele treden naar de ingang. Het stoepengebied tussen de huizen en de straat is van oudsher bebouwd met stoepen. De hoogte van de stoep varieert. Aan de hoogte van de stoepen kon men de rijkdom van de bewoner zien. Hoe hoger de stoep hoe rijker de bewoner. Aanvankelijk was de stoep slechts een verhoogd deel van ’n natuurstenen strook langs de huizen. De bestrating van de straten bestond  hoofdzakelijk uit keien, maar ongeplaveid kwamen ze ook voor.

Historie
Vroeger waren stoepen een kenmerkend en gevarieerd onderdeel van het stadsbeeld. In die tijd bezaten bijna alle huizen een kelder. Zij werden altijd zo gebouwd dat de kelder net boven het grondwaterpeil kwam te liggen, daardoor kwam de bel-etage vaak hoger te liggen dan het straatniveau. Om bij de voordeur te komen moest er een stoep aan het huis gebouwd worden.
Meestal werden de stoepen, om geen kostbare ruimte te verliezen, buiten aan de gevel gebouwd; in de regel naast het trapje naar de kelder.
In veel van deze huizen was de keuken in de kelder met alle potten en pannen in het uitbouwsel. Zo’n uitbouwsel werd een “pothuis” genoemd. Meestal was aangegeven (in “keuren”) hoe hoog en hoe diep deze pothuizen mochten zijn.
Veel stoepen dienden als decoratief element maar ook om voetgangers en voertuigen op enige afstand te houden. De eerste stoepen waren van hout en mooi wit geschuurd. Later gebruikte men natuur- en baksteen als materiaal.
Dikwijls was de eigenaar van de woning geen eigenaar van de stoep maar slechts gebruiker van de grond onder zijn stoep. Het gold als een recht van de bouwheer om de strookjes ruimte aan de voorzijde aan zijn huis toe te voegen.

Gebruik
De stoepen hadden ook een functie. In die tijd helden de huizen bij de voorgevel voorover (stonden “op vlucht”). Dit om regeninslag te voorkomen en het regenwater werd via de stoep afgevoerd. De ruimte tussen de stoep en de keien was ook bestraat en moest ook door de huiseigenaren onderhouden worden. Dat waren de zogenaamde “kleine steentjes”.
Langs de stoepen was ook altijd een goot in de straat aangebracht om het boenwater en, bij regen, ook het straatwater op te vangen en af te voeren.
Deze goten leenden zich uitstekend voor de jeugd om er in te knikkeren.
In wat kleinere plaatsen maakten ze, historisch gezien, deel uit van de cultuur. De stoepen werden gebruikt voor het schoonmaken van het vaatwerk, het melkgerei en het laden en lossen van de melkbussen.
Delftse stoepen waren private stroken waar bloembakken of bankjes geplaatst mochten worden. Zij gaven een stedelijk straatbeeld.
In het stoepenplan van de binnenstad van ’s-Hertogenbosch staat te lezen dat de stoepen en kelderluiken worden ingepast.

Het verval 
Torenstraat MegenIn de 19e eeuw werden veel stoepen opgeruimd. Veel gemeenten stimuleerden de sloop omdat ze ‘t “moderne verkeer” zouden hinderen.
Er was zelfs een periode dat huiseigenaren werden verplicht hun stoep af te breken.
Nog later, in de 20e eeuw, zijn ze bijna allemaal verwijderd door de verbreding van de wegen, het leggen van kabels, leidingen en het vernieuwen van winkelpuien.
De stoepen ,die er nog zijn, zijn goed onderhouden en hebben de tijd des tands doorstaan.
Tegenwoordig worden bijna alle stoepen (trottoirs) geplaveid met tegels en slechts sporadisch worden nog straatklinkers of natuursteen gebruikt.



Bron: Jan Ulijn 2007